|
Artikel 5.13.51
Aanhangwagens moeten zijn voorzien van:
- twee stadslichten indien het voertuig breder is dan 1,60 m
- twee richtingaanwijzers aan de achterzijde van het voertuig
- twee achterlichten
- twee remlichten
- een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat
- twee driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig
- met ingang van 1 januari 2005, één of twee mistlichten aan de achterzijde van het voertuig in het geval van één mistlicht moet dit zich bevinden in of links van het middenlangsvlak van het voertuig
- twee witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig
- niet-driehoekige ambergele retroreflectoren aan elke zijkant van het voertuig
- met ingang van 1 januari 2005, twee markeringslichten aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van het voertuig, indien het voertuig breder is dan 2,10 m
- met ingang van 1 januari 2005, zijmarkeringslichten indien het voertuig langer is dan 6,00m, aangebracht overeenkomstig de door Onze Minister vastgestelde eisen.
Artikel 5.13.53
- De stadslichten mogen niet anders dan wit stralen
- De richtingaanwijzers en de remlichten mogen niet anders dan rood of ambergeel stralen.
- De achterlichten en de mistlichten aan de achterzijde mogen niet anders dan rood stralen.
- De kentekenplaatverlichting mag niet anders dan wit stralen en mag niet naar achteren stralen.
- De markeringslichten mogen naar voren niet anders dan wit en naar achteren niet anders dan rood stralen.
- De zijmarkeringslichten mogen niet anders dan ambergeel stralen. Indien het achterste zijmarkeringslicht onderdeel uitmaakt van een rood stralend licht dan wel van een rode retroreflector, mag dit licht rood stralen.
Artikel 5.13.54, lid 6
Het mistlicht of de mistlichten aan de achterzijde van het voertuig moeten zijn aangebracht
- op ten minste 0,10 meter afstand van de remlichten
- op een hoogte van niet minder dan 0,25 meter en niet meer dan 1,00 meter boven het wegdek.
Indien slechts één mistlicht aanwezig is, moet dit links van het middenlangsvlak van het voertuig zijn aangebracht.
Aanhangwagens met een toegestane maximale massa van meer dan 750 kg achter personenauto's, bedrijfsauto's en driewielige motorrijtuigen
Artikel 5.12.51
Aanhangwagens moeten zijn voorzien van:
- twee stadslichten indien het voertuig breder is dan 1,60 m en na 30 juni 1967 in gebruik is genomen.
- twee richtingaanwijzers aan de achterzijde van het voertuig.
- twee achterlichten.
- twee remlichten.
- een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat.
- twee driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig.
- een of twee mistlichten aan de achterzijde van het voertuig indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen.
- twee witte retroreflectoren
- niet-driehoekige ambergele retroreflectoren aan elke zijkant van het voertuig, aangebracht overeenkomstig door Onze Minister vastgestelde eisen.
- twee markeringslichten indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen en breder is dan 2.10 m, dan wel voor 1 januari 1996 in gebruik is genomen en breder is dan 2.50 m.
- zijmarkeringslichten indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen en langer is dan 6.00 m, aangebracht overeenkomstig de door Onze Minister vastgestelde eisen.
- een markering aan de achterzijde van het voertuig, indien de toegestane maximum massa van het voertuig meer bedraagt dan 3500 kg; deze eis geldt niet voor de door Onze Minister aangewezen aanhangwagen waarvan de bouw, de inrichting of het gebruik zich verzet tegen het aanbrengen van de markering.
Artikel 5.12.53
- De stadslichten mogen niet anders dan wit stralen.
- De richtingaanwijzers en de remlichten mogen niet anders dan rood of ambergeel stralen.
- De achterlichten en de mistlichten aan de achterzijde mogen niet anders dan rood stralen.
- De kentekenplaatverlichting mag niet anders dan wit stralen en mag niet naar achteren stralen.
- De markeringslichten mogen naar voren niet anders dan wit, en naar achteren niet anders dan rood stralen.
- De zijmarkeringslichten mogen niet anders dan ambergeel stralen. Indien het achterste zijmarkeringslicht onderdeel uitmaakt van een rood stralend licht dan wel van een rode retroreflector, mag dit licht rood stralen.
- De markering aan de achterzijde moet bestaat uit één rechthoekig bord, dan wel uit een set van twee of vier rechthoekige borden, welke zijn voorzien van een rood fluorescerende omranding op een geel retroreflecterende achtergrond.
|